In uitleggebieden waar ruimte vaak nog wel beschikbaar is, lijkt een slagboom nodig. Kwaliteitseisen aan diezelfde ruimte en de hogere eisen die gesteld worden aan het algeheel welbevinden in een gebied maken ook daar het terugdringen van blik op straat steeds belangrijker. Gebouwde parkeervoorzieningen zijn dan vaak toch de beste oplossing. Naarmate de kosten daarvan hoger worden zal er ook in die gebieden steeds inventiever nagedacht moeten worden over de te genereren inkomsten. De onrendabele toppen worden immers lang niet zo gemakkelijk meer weg gesubsidieerd als vroeger. Het gezamenlijk met meerdere partijen nadenken over het parkeervraagstuk bij de ontwikkeling van een gebied is uitermate lastig. Marktpartijen willen immers graag het parkeren als sluitstuk blijven zien. De gemeente lost na realisatie van de bouwplannen het parkeerprobleem maar op. Dat hoort immers bij het beheer en niet bij de investering. Ook de scheiding van grondexploitatie, gebiedsbeheer en parkeerbeheer maakt het integraal nadenken over deze materie niet gemakkelijk maar wel noodzakelijk.
Bij de ontwikkeling van ‘De Pols van Katend recht’ zijn meerdere partijen betrokken. Zij bouwen ieder enkele gebouwen, gefaseerd in de tijd. Parkeren gebeurt onder de woongebouwen, alsmede in twee aparte garages en voor een klein deel op straat Op voorhand kun je zeggen dat er gebouwen zijn met een onrendabele top op het garagedeel en gebouwen met een rendabele top. In die laatste gebouwen komen ook veel kortparkeerders. Voor het totale gebied is een (financieel) positieve parkeeroplossing te maken, rekening houdend met fasering en met behoefte. Om deze knoop door te hakken is een integrale benadering noodzakelijk. Indien de gemeente of een van de partijen het voortouw neemt om de noodzakelijke voorinvesteringen te doen en de eerste jaren een negatieve cashflow te hebben dan is er op termijn winst te maken. Het totale project kent immers een positieve NCW. De integrale methode is zeker niet zonder risico’s. De voorgenomen fasering kan immers op basis van de marktontwikkelingen afwijken van de aanname. Indien met een zeker risico rekening wordt gehouden en er is een positief rendement dan is het Algemeen Lening Fonds (het fonds waar de gemeente haar leningen regelt) bereid om aan de gemeente geld te lenen. Daarmee kunnen de noodzakelijke investeringen worden gedaan en kunnen de appartementsrechten worden verworven daar waar de parkeergarage onderdeel uitmaakt van het gebouw. Bij deze constructie zijn langjarige contracten met bewoners en of bedrijven nodig. De andere parkeerplaatsen in het gebied worden tegen kort parkeertarief geëxploiteerd. Deze aanpak zorgt ervoor dat bewoners niet op straat parkeren en dat parkeren ook voor bezoekers van het gebied is. Bij de ontwikkeling van een exclusief woongebied is men dit nog niet gewend. Bij gemengde ontwikkelingen zal gewenning heel snel gaan.
In uitleggebieden waar ruimte vaak nog wel beschikbaar is, lijkt een slagboom nodig. Kwaliteitseisen aan diezelfde ruimte en de hogere eisen die gesteld worden aan het algeheel welbevinden in een gebied maken ook daar het terugdringen van blik op straat steeds belangrijker. Gebouwde parkeervoorzieningen zijn dan vaak toch de beste oplossing. Naarmate de kosten daarvan hoger worden zal er ook in die gebieden steeds inventiever nagedacht moeten worden over de te genereren inkomsten. De onrendabele toppen worden immers lang niet zo gemakkelijk meer weg gesubsidieerd als vroeger. Het gezamenlijk met meerdere partijen nadenken over het parkeervraagstuk bij de ontwikkeling van een gebied is uitermate lastig. Marktpartijen willen immers graag het parkeren als sluitstuk blijven zien. De gemeente lost na realisatie van de bouwplannen het parkeerprobleem maar op. Dat hoort immers bij het beheer en niet bij de investering. Ook de scheiding van grondexploitatie, gebiedsbeheer en parkeerbeheer maakt het integraal nadenken over deze materie niet gemakkelijk maar wel noodzakelijk.
Bij de ontwikkeling van ‘De Pols van Katend recht’ zijn meerdere partijen betrokken. Zij bouwen ieder enkele gebouwen, gefaseerd in de tijd. Parkeren gebeurt onder de woongebouwen, alsmede in twee aparte garages en voor een klein deel op straat Op voorhand kun je zeggen dat er gebouwen zijn met een onrendabele top op het garagedeel en gebouwen met een rendabele top. In die laatste gebouwen komen ook veel kortparkeerders. Voor het totale gebied is een (financieel) positieve parkeeroplossing te maken, rekening houdend met fasering en met behoefte. Om deze knoop door te hakken is een integrale benadering noodzakelijk. Indien de gemeente of een van de partijen het voortouw neemt om de noodzakelijke voorinvesteringen te doen en de eerste jaren een negatieve cashflow te hebben dan is er op termijn winst te maken. Het totale project kent immers een positieve NCW. De integrale methode is zeker niet zonder risico’s. De voorgenomen fasering kan immers op basis van de marktontwikkelingen afwijken van de aanname. Indien met een zeker risico rekening wordt gehouden en er is een positief rendement dan is het Algemeen Lening Fonds (het fonds waar de gemeente haar leningen regelt) bereid om aan de gemeente geld te lenen. Daarmee kunnen de noodzakelijke investeringen worden gedaan en kunnen de appartementsrechten worden verworven daar waar de parkeergarage onderdeel uitmaakt van het gebouw. Bij deze constructie zijn langjarige contracten met bewoners en of bedrijven nodig. De andere parkeerplaatsen in het gebied worden tegen kort parkeertarief geëxploiteerd. Deze aanpak zorgt ervoor dat bewoners niet op straat parkeren en dat parkeren ook voor bezoekers van het gebied is. Bij de ontwikkeling van een exclusief woongebied is men dit nog niet gewend. Bij gemengde ontwikkelingen zal gewenning heel snel gaan.